Jachtwild
Enschedese Jagersvereniging
update 28 maart 2018 Activiteiten
De fazant
De fazant


De fazant kan ons op veel verschillende manieren bekoren; als spectaculair fraaie verschijning in de natuur, als aantrekkelijke jachtvogel en als leverancier van het basismateriaal voor het hoogste culinaire genot.
De in Europa levende dieren zijn kruisingen tussen minstens vier ondersoorten, afkomstig uit gebieden die zich uitstrekken van de Kaukasus via China tot in Japan. Er zijn hanen met een zwarte hals, naast ringfazanten met een witte halsring, isabelkleurige witvleugelfazanten naast zeer donkere tenebrosusfazanten; exemplaren met een goudkleurige buik uit de Kaukasus naast olijfgroene uit China; grote en winterharde dieren uit Mongolië naast bronskleurige en blauwe uit Japan. Hierdoor lijkt welhaast geen fazantenhaan op de andere, en zijn ze allemaal individueel te herkennen.

De hanen hebben een uit achttien pennen bestaande staart met enkele opvallend grote veren, om in de baltstijd mee te pronken. De naakte huid van kop en hals zwelt dan op en vormt felrode hanenkammen, lellen en ’rozen’. Aan de achterzijde van de kop heeft de haan twee pluimen en aan zijn poten z.g. ’sporen’. Bij jonge hanen zijn deze klein, bij overjarige soms vervaarlijk groot. Hennen hebben
de - tijdens het broeden zo belangrijke - bruine schutkleur.

Biotoop: De aanwezigheid van fazanten hangt nauw samen met de aanwezigheid van dekking, rust, voedsel en vooral water. De fazant is een standvogel van half open en besloten landschappen. Verruigde terreinen en grienden vormen een ideale leefomgeving. in landbouwgebieden met enige variatie en dekking komen ook redelijke dichtheden voor. De fazant heeft een zeer brede verspreiding en is in Nederland een talrijke broedvogel. Alleen in uitgestrekte graslandgebieden en droge zandgronden komt hij weinig of niet voor.
Voortplanting: In april-mei bakent de haan kraaiend zijn territorium af. Het meet ongeveer 400 bij 400 meter, met een overlapping door andere hanen. Concurrenten worden verjaagd. In deze periode is het mogelijk een schatting te maken van het aantal fazanten in een gebied. Een haan ’bezit’ één of meerdere hennen, die hij met zachte geluiden begeleidt. De hennen herkennen hun haan aan zijn roep. De haan biedt de hen voedsel aan en benadert haar vervolgens met een slepende vleugel en schuddende staart. Hierbij maakt hij met gesloten snavel sissende geluiden. Vervolgens treedt hij de hen.
Het leggen begint eind april. Het nest is een ongeveer 18 cm breed en 7 cm diep kuiltje, bekleed met grashalmen en veertjes. Het ligt in een grashoop of onder een struik. Een legsel telt tot 14 eieren. Er is geen tweede leg, maar bij verlies wordt de eerste leg wel vervangen. De kuikens komen na 23 dagen tegelijk uit. Ze kunnen op hun
twaalfde dag al aardig vliegen. De hen verlaat de jongen als deze half volwassen zijn. Zij is een vrij slechte moeder, die rustig doorscharrelt als een deel van haar kroost achterblijft. De haan heeft dan allang elke belangstelling verloren; in juni gaat hij ruien.

Opening jacht: Onder de jachtwet is de jacht op fazanten geopend van 15 oktober tot en met 31 december (hennen) en van 15 oktober tot en met 31 januari (hanen); (de jachttijden onder de Flora- en faunawet zijn nog niet bekend).
Over ons
Activiteiten/Actueel
Jachtwild
Onze honden
Links en sponsoren
Foto's