Jachtwild
Enschedese Jagersvereniging
update 14 juni Activiteiten
De houtduif
De houtduif


Ril, weerbaar en moeilijk "aan de veren" te komen als gedragsinzicht en een goede voorbereiding achterwege blijven; veel jagers beschouwen de houtduif als het "echtste" wild van Nederland.
De familie der duiven wordt verdeeld in twee geslachten: Columba, vrij grote dieren met een brede, recht "afgesneden" staart en Streptopelia, slanke, kleine vogels met een lange staart waarvan de pennen naar het midden toe in lengte toenemen. De snavel is aan de basis bedekt met een washuid en in het midden versmald. Alle duiven drinken door de snavel onder te dompelen en het water op te zuigen; een bij vogels ongewone drinkwijze. Eveneens kenmerkend bij duiven zijn de kirrende en koerende geluiden. Zowel het koeren als de bijbehorende bewegingen zijn typisch voor elke duivensoort en staan onderlinge kruisingen in de weg.

Voortbeweging: Snelle, krachtige en rechtlijnige vlucht met krachtige vleugelslagen. Ook: snel draaien, slipbewegingen, klapperen met de vleugels en duikbewegingen. Een gezonde houtduif kan een havik "eruit" vliegen. Vleugelgeklapper bij het verlaten van het territorium. Ook heftig klapperen en fladderen bij het landen en opstijgen. Bij het vliegen maken de vleugels een fluitend geluid, behalve bij jonge dieren. Na het landen gaat de staart eerst omhoog en dan omlaag. Dit duidt er op dat de vogel van plan is voorlopig op die plaats te blijven. De lichaamshouding op de grond is horizontaal, bij het lopen beweegt de kop mee.

Voedsel: Plantaardig materiaal, zoals groene bladeren, zaden (soms tot 85%), bessen en knoppen. Zo nu en dan worden ook ongewervelde dieren gegeten. Het dieet wordt gedomineerd door één of twee soorten voedsel. Verder is er een grote variatie van tientallen soorten. De kroppen van 898 in Nederland aangetroffen duiven werden onderzocht - van maart tot september - en deze bevatten 61% granen en 20% peulvruchten. in de krop wordt het voedsel voorverteerd.

De dagelijkse voedselbehoefte ligt tussen de 80 en 90 gram. Het voedsel zoeken gebeurt vaak in groepen, volgens een bepaalde rangorde. Van de ondergeschikte vogels ligt de piksnelheid lager dan van de prominente. Het meeste voedsel wordt in de late middag opgenomen, 70% van 15.00 tot 18:00 uur. In het broedseizoen zijn er twee pieken in het voedselzoekpatroon: doffers meestal in de vroege morgen en duiven meestal in de latere avond. Het foerageren vindt tot op 15-20 km van het nest plaats.

Voortplanting: Grote variatie in het broedseizoen, met verschillen tussen stads- en plattelandsduiven. De stadsvogels beginnen al in de tweede helft van februari, de overige half maart.

Duivennesten bestaan uit een platform van takken, stro of vergelijkbare bouwmaterialen, aangedragen door de doffer en geordend door de duif. Het legsel omvat twee, soms drie eieren, die door beide ouders worden bebroed. De doffer broedt overdag, de duif 's nachts. De broedtijd is ongeveer 2,5 weken. Duiven broeden meestal meerdere keren per jaar. De ouders voeren hun jongen met duivenmelk, een kaasachtige brij, gevormd door de slijmhuid van de krop onder invloed van hetzelfde hormoon (prolactine) dat bij zoogdieren de zogaanmaak regelt. Bij het voederen steekt het jong de snavel in de snavelhoek van de ouder. Deze perst de kropinhoud direct in de snavel van het jong. In verband hiermee blijft de omgeving van de snavel van de jongen langer kaal dan de rest van het lichaam. Langzamerhand wordt de duivenmelk door vast voedsel vervangen.

Het voeden van de jongen gebeurt in de eerste dagen om het uur. Na acht dagen gebeurt het 's ochtends en 's avonds, om beurten door de ouders.
Duiven koeren altijd bij de balts. Dit gaat gepaard met pronkende bewegingen.

Opening jacht: Onder de jachtwet mogen houtduiven het gehele jaar worden bejaagd (de jachttijden onder de Flora en faunawet zijn nog niet bekend).

Flash Intro
Over ons
Activiteiten/Actueel
Jachtwild
Onze honden
Links en sponsoren
Foto's