Jachtwild
Enschedese Jagersvereniging
update 14 juni Activiteiten
Het haas
Het haas


Het haas komt in vrijwel alle jachtterreinen in Nederland voor, plaatselijk zelfs zeer talrijk. Het is daarom een zeer belangrijke wildsoort in het landschap van onze "cultuursteppes".

Biotoop: Het haas is een niet-sociaal levend steppedier met een duidelijke voorkeur voor grotere vlakten (minimaal 5 ha.). De verblijfplaats heet 'het leger'.
Het Europese veldhaas (Lepus europaeus) en het konijn behoren beide tot de familie der Leporidae of haasachtigen. Op grond van de bouw van het gebit heeft men hem lange tijd ingedeeld bij de knaagdieren. Uit DNA-onderzoek is echter gebleken dat zij afstammen van vroege insecteneters uit het Krijt en nauw verwant zijn aan de spitsmuizen en hoefdieren.
 

Voedsel: Selectieve voedselkeuze, met een voorkeur voor kiemplanten, jonge plantendelen met een relatief laag celwandgehalte en akkeronkruiden zoals de paardebloem, kruisbloemigen, viooltjes en alle soorten klaver. Bij het haas is sprake van caecotrofie ofwel dubbelvertering: het opnemen van een voorverteerde en met vitamines verrijkte substantie, afgescheiden uit de blinde darm.

Voortplanting: Als betrekkelijk kleine planteneter met veel natuurlijke vijanden heeft het haas een aanzienlijk voortplantingsvermogen. Het is het grootste deel van het jaar vruchtbaar; het voortplantingsproces wordt alleen in oktober, november en december onderbroken. Deze processen worden primair beïnvloed door de daglengte. Het voortplantingsgedrag wordt 'rammelen' genoemd. Tijdens de paarvorming gaat de moer de rammelaar soms letterlijk boksend te lijf, waardoor deze ernstige verwondingen kan oplopen. Het gaat hier dus niet, zoals men algemeen denkt, om gevechten tussen rammelaars. De draagtijd is gemiddeld 42 dagen. Een volwassen, gezonde moer werpt gemiddeld elf jongen per jaar in drie tot vier worpen. Van deze jongen worden er ongeveer zes ouder dan één maand; gemiddeld blijven er drie in leven.

In een ongunstige biotoop is het overlevingspercentage echter maximaal 15%. Relatief jonge en betrekkelijk oude moeren produceren kleinere worpen.
Ongeveer drie kwartier na zonsondergang begeven jonge hazen zich in de richting van de verzorgingsplaats. De moer arriveert ongeveer een kwartier later en begint met zogen. De dagelijkse zoogtijd is, in verband met gevaar voor predatie, erg kort; slechts enkele, hooguit acht minuten. Hazenmelk is zeer geconcentreerd. Zij bevat 11-24% vet en 11-20% eiwit. De verzorgingsperiode duurt ongeveer een maand; tijdens de eerste zeventien dagen hiervan is de moedermelk onmisbaar. Daarna gaan de jongen ook groenvoer opnemen. Tijdens het drinken gaan de jongen op hun rug liggen. De moer likt dan hun geslachtsstreek. Als gevolg hiervan krijgen de jongen, als hun maag vol raakt, waarschijnlijk drang tot urineren. De moer likt de urine op en zo voorkomt zij dat de verzorgingsplaats door roofdieren wordt gevonden.

Opening jacht: Onder de jachtwet is de jacht op hazen geopend van 15 okober tot en met 31 december (de jachttijden onder de Flora- en faunawet zijn nog niet bekend).

Flash Intro
Over ons
Activiteiten/Actueel
Jachtwild
Onze honden
Links en sponsoren
Foto's